Opkweeksystemen

De plantsystemenproef bij Conference zat in 2018 in het 17de jaar. Alle plantsystemen, uitgezonderd de Tiense haag, hadden in 2018 een lagere opbrengst dan in 2017. In 2018 werd de hoogste opbrengst (49 ton/ha) gehaald door het kandelaarsysteem, gevolgd door de snoerbomen (48 ton/ha). De struik-spil deed het in 2018 met een productie van 27 ton/ha duidelijk minder goed dan de andere plantsystemen. Na 17 seizoenen heeft het Drapeausysteem de hoogste opbrengst.

Algemeen was de vruchtmaat van de meeste plantsystemen, als gevolg van de droogte, 1 of 2 maten kleiner dan in 2017. De kleinste peren werden opnieuw aangetroffen bij de lange snoei, ondanks dat de productie laag was. Het gemiddeld vruchtgewicht bedroeg 118 gram en slechts 29 % van de peren was dikker dan 60 mm.

In het voorjaar van 2009 werden er bomen van de Bibaum® opgeplant. Dit zijn 2-takkers, maar waarbij men in theorie vertrekt van 2 gelijkwaardige takken door 2 oculaties te zetten. In deze proef werd een gedeelte opgeplant als kandelaar (2813 bomen/ha) en een gedeelte in een V-haag (5625 bomen/ha). Na 10 jaar is er een verschil in productie van 224 ton/ha in het voordeel van de V-haag. Het gemiddeld vruchtgewicht lag wel bijna 20 gram lager.

Snoei

Sinds 2014 loopt er ook een proef met de energie-snoei. Bij deze snoei worden 3 belangrijke parameters meegenomen: productie, goede scheuten en gezonde groei. Belangrijk hierbij is dat er een goede energieverdeling is tussen deze 3 parameters en dit kan de snoeier sturen. Hiervoor wordt o.a. vertrokken van zwaarder 1-jarig hout, dat vaak opwaarts ingeplant is. Dit snoeiprincipe wordt vergeleken met een klassieke 1-2-3 snoei.

Perceel van de toekomst

Het doel van deze proef is om voor Conference een klassieke ‘standaard’ teeltwijze te vergelijken met de beste ervaringen uit de proeven en projecten, wat “het perceel van de toekomst” zou moeten zijn. Verschillende aspecten zoals opkweek, plaagbestrijding, oogstzekerheid,… zullen hierin aan bod komen. Op het eind van elk seizoen zal er zowel naar de productie en de vruchtkwaliteit als naar het financieel resultaat gekeken worden. Vanaf het moment dat bepaalde maatregelen door de meerderheid van de telers wordt toegepast, worden deze ook in het standaard perceel toegepast. Over dit perceel werd een automatisch hagelnet geplaatst (foto 4).

Onderstammen

In 2015 werd opnieuw een vergelijking opgeplant tussen Conference op Kwee C en Kwee Eline. Na 3 productiejaren ligt de opbrengst op Kwee Eline ± 5 kg/boom lager. De vruchtmaat is wel duidelijk beter (+ 25 gram). Ook bij Cepuna is de opbrengst op Kwee Eline lager (- 7 kg/boom), maar in tegenstelling tot Conference is de vruchtmaat hier kleiner (- 6 gram).

Vruchtzetting/vruchtdunning

In 2018 werden geen specifieke proeven  naar vruchtzetting uitgevoerd. Het advies voor Conference blijft om geen GA3 of een tankmix van GA3 en GA4/7 te spuiten, ook niet na zware lentenachtvorst. Bespuitingen met GA4/7 hebben een meerwaarde wanneer ze gespoten worden bij vorst in de bloei. Bij alle andere omstandigheden is het vaak niet nodig.

Bij vorst na de bloei is het vervroegen van de bespuiting met Regalis Plus/Kudos een goed alternatief. Hierdoor wordt de ethyleenproductie afgeremd en blijft de rui beperkt. Dit heeft in 2017 een voordeel opgeleverd. En deze behandeling was niet negatief naar de vruchtmaat.

In 2018 werd veel aandacht besteed aan het chemisch dunnen met 6-BA (Globaryll 100, Exilis en MaxCel) en metamitron (Brevis). Zelden hebben we zo’n goede werking gehad met 6-BA bij zowel Conference als Celina, maar de temperatuur zat ook echt mee in 2018. Zowel op het moment van behandeling als de dagen nadien was de temperatuur hoger dan 20°C. Bij voldoende temperatuur blijft 6-BA dan ook een basismiddel voor het chemisch dunnen bij peer, zeker wanneer slechts een lichte dunning nodig is.

Op zwakgroeiende percelen met veel bloembotten kan Brevis ingezet worden aan 1.1 tot 1.5 kg/ha standaardboomgaard. Het middel kan gespoten worden vanaf 8 tot en met 14 mm. In 2018 werd een tijdstippenproef aangelegd met Brevis. Tot op heden kunnen we echter nog steeds niet het duneffect van Brevis voorspellen op basis van het weer. Wanneer hoge nachttemperaturen en/of enkele donkere dagen voorspeld worden, wordt de bespuiting best uitgesteld om geen overdunning te krijgen. Ook dient minstens 5 dagen gelaten te worden tussen bespuitingen met Aliette of Movento en Brevis.

Bemesting

In 2018 liepen de meeste bemestingsproeven gewoon door. Bij een productie van 50 ton Conference per ha wordt via het fruit slecht 32.5 kg N, 6 kg P2O5 en 63 kg K2O afgevoerd. Blad, snoeihout, gras en onkruid blijven immers in de aanplanting. Overdrijven heeft dan ook geen zin. In een proef bij Conference waar al sinds 2013 een vergelijking ligt tussen 40 en 80 E N in het voorjaar, hebben we enkel een verschil in opname gezien in 2015. Men moet oppassen dat de extra N niet naar de groei gaat. Anderzijds bestaat het risico dat wat te veel wordt gegeven uitspoelt. Dit was vooral in de winter van 2018-2019 het geval. Na de lange droge zomer zat er nog teveel N in de bodem, zelfs wanneer er maar 40 E N werd gestrooid in het voorjaar.

Ondanks de droogte tijdens de bloei was de opname van N beter dan in 2017. Dit is waarschijnlijk te verklaren door de hogere bodemtemperatuur, waardoor de mineralisatie en de wortelactiviteit sneller op gang was gekomen. Opnieuw was er geen verschil tussen een N-bemesting met kalknitraat of ammoniumnitraat, niet naar opname en niet naar vruchtkwaliteit. Deze laatste moet wel vroeger gestrooid worden. 2018 was wel het eerste jaar dat de vruchtkwaliteit van Conference bij de vloeibare N minder goed was. Het aandeel peren met een groene achtergrond bedroeg na bewaring tot midden januari slechts 40 % tegenover 80 % voor kalknitraat en ammoniumnitraat.                               

Sinds 2015 ligt Fontana (9 % N) in proef. Vooral op het perceel waar het meegegeven wordt via fertigatie, zien we al 4 jaar goede resultaten. Zowel het N-gehalte als de vruchtkwaliteit is vergelijkbaar met de klassieke kalknitraat.

Indien men met drijfmest of digestaat wil werken, moet men zich er van bewust zijn dat de N die hierin zit traag vrijkomt. Daarom moet er voor de bloei dan ook nog een fractie snelwerkende kunstmest gegeven worden. En zelfs dan merken we toch dat in shelflife de peren nog iets sneller afleven. Bovendien is voor drijfmest fosfor de beperkende factor. Bij digestaat verschilt dit sterk naargelang de herkomst. Maar vaak is kalium de beperkende factor en ook de reden waarom het product minder geschikt is voor appel.

Proeftuinwerking peer