Binnen dit GMO-project proberen we de teelttechniek van Cepuna/Migo® en Kanzi®/Nicoter op punt te stellen. Een nieuw ras vraagt vaak een andere teelttechniek, opkweek, ….

Cepuna/Migo®

Na het vorstjaar van 2017 waren er in 2018 voldoende bloembotten. Op de oudste bomen (plantjaar 2000) werd een productie behaald van 77.6 ton/ha. Een dergelijke opbrengst werd er tot op heden nog niet behaald. De peren waren wel kleiner in vergelijking met voorgaande jaren. De aanhoudende droogte en het zware behang speelden hierin een belangrijke rol. De hoofdmaat van de peren was nog steeds 65-70 mm.

Zelfs bij de plantsystemenproef (plantjaar 2014) werd er bij de V-haag een productie van 75.8 kg/boom behaald. De spillen op Kwee C hadden een mooie oogst met 62.4 ton/ha. Dit blijft voor Cepuna een goed systeem, zeker daar het ook naar investeringskost en arbeid betaalbaar is.

Vruchtzettende behandelingen met GA3 of GA4/7 hebben weinig tot geen effect op de vruchtzetting bij Cepuna. Zelfs bespuitingen met Regalis Plus/Kudos op 2 en 3 weken na volle bloei hebben weinig invloed op de junirui. In 2018 waren er de eerste indicaties dat het vervroegen van de Regalis-bespuiting wel de vruchtzetting kan bevorderen. Indien in het voorjaar van 2019 blijkt dat dit niet nadelig is voor de bloembotvorming zal hieromtrent een advies geformuleerd worden naar de telers.

In 2017 werd een proef aangelegd bij jonge bomen om de bloembotvorming te bevorderen. De tellingen van 2018 geven aan dat er indicaties zijn dat herhaald gebruik van lage doseringen 6-BA de bloembotvorming stimuleert. In 2018 werd de proef herhaald.

De nieuwe onderstammenproef toont tot hiertoe aan dat zowel Kwee Adams als Kwee C kunnen, maar dat er best toch een tussenstam wordt gebruikt. In 2018 hadden de bomen met tussenstam een hogere opbrengst. De resultaten van Kwee Eline vallen in deze proef tegen. De peren zijn kleiner en de productie blijft achter.

Onder het witte hagelnet zijn er elk voorjaar minder bloembotten. Dit zorgt meteen voor een verminderde opbrengst. De schilkwaliteit van de peren afkomstig van onder het hagelnet is gladder en dit is wel een voordeel voor Cepuna.

In de zomer merken we elk jaar een sterke daling op van het N-gehalte in de bladeren. Deze metingen zijn echter geen indicatie voor een laag N-gehalte in de vruchten. Er is geen verband tussen beide metingen. Het Mn-gehalte in de bladeren is het ganse seizoen laag. Extra bladbespuitingen zijn hier aangewezen.

In 2014 werd een bemestingsproef opgestart met zowel N- als K-trappen. Na 5 jaar zijn er nog geen noemenswaardige verschillen in productie gerealiseerd. Qua minerale samenstelling zien we vooral een verschil in N-gehalte al naargelang de onderstam. Bij de bomen op Kwee Adams wordt een iets hoger N-gehalte in de peren gemeten i.v.m. de bomen op Kwee C. Voor K en Ca is de tendens minder uitgesproken.

Kanzi®/Nicoter

Voor Kanzi werd in het voorjaar van 2015 een onderstammenproef opgeplant. De bomen op B491 (al dan niet met tussenstam) blijven te zwak groeien. De bomen op B9 groeien iets sterker, maar blijven toch achter in productie t.o.v. de bomen op M9. Op M9 is er geen verschil in boomvolume tussen de bomen met en de bomen zonder tussenstam. Ook de producties zijn vergelijkbaar.

In 2018 werden de eerste ervaringen opgedaan met de OLMI-bladblazer. In een eerste proef (grotere bomen en veel groei) was er een duidelijk positief effect op de kleuring. Vooral het aandeel 1ste pluk nam toe. In een 2de proef, op zwakgroeiende bomen, was het effect kleiner. Het bladblazen had geen negatieve invloed op de aanmaak van suikers.

Optimaliseren van de teelttechniek bij Cepuna en Kanzi