Ondanks een hoge score op vlak van smaak en appreciatie in een recent onderzoek, zit de teelt en verkoop van de Vlaamse ‘Jonagold’ in het slop. Verschillende oorzaken worden geregeld met de vinger gewezen, zoals de heterogeniteit binnen en tussen percelen, verschillende mutanten, fors opgedreven productie enz. Tot op heden is echter een diepgaande longitudinale of meta studie steeds uitgebleven waardoor het aanduiden van specifieke oorzaken niet wetenschappelijk onderbouwd is en natte vingerwerk blijft. Met behulp van de historische proefdata van het proefcentrum fruitteelt wordt getracht twee prangende vragen te beantwoorden. Enerzijds wordt er nagegaan of er een kwaliteitsverschuiving te merken is in de voorbije decennia. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van verschillende kwaliteitsparameters zoals hardheid en % Brix. Anderzijds wordt er onderzocht welke teeltfactoren een invloed hebben op deze kwaliteitsparameters en of er voor sommige teeltfactoren een optimum bereikt kan worden. De te verwachten factoren hiervoor zijn het behang (aantal vruchten; de productie), de ouderdom van de boomgaard, het snoeisysteem, de bemesting, het pluktijdstip, de mutanten en het klimaat.

Indien de verwachte kwaliteitsverschillen aan te tonen zijn, worden alle beïnvloedende factoren opgelijst en gerangschikt naar hun respectievelijke belang. Daarnaast wordt er gezocht welke specifieke combinatie van teeltfactoren vruchten oplevert die het best scoren op vlak van kwaliteitsparameters. Rond deze factoren wordt een uitgebreide informatiecampagne opgezet en worden de kritieke punten gedemonstreerd in de reguliere proeftuinwerking van de Proeftuin pit- en steenfruit.