Met het project ‘Meer natuur voor pittig fruit’ wil pcfruit – samen met andere partners – fruittelers aanzetten om te investeren in bloemen en struiken in en omheen de percelen om meer bestuivende insecten in de boomgaard te krijgen. Er is immers sprake van een bestuivingscrisis in het Hageland, Haspengouw, Zeeland en Nederlands Limburg. Wilde bijenpopulaties gaan er sterk achteruit. Dit heeft mogelijk grote ecologische en economische gevolgen.

 

Wat?

Om wilde bijen te lokken en hun alle groeikansen te geven in fruitboomgaarden zal zowel ingezet worden op het voorzien van huisvesting als het voorzien van voedsel voor de bijen.
Zo zullen er in totaal een 5000-tal wilde bijenhotels (nestblokken) worden opgehangen in fruitboomgaarden in het projectgebied.

Ook het voorzien van voldoende voedselaanbod is cruciaal. In het kader van het project zullen meer dan 10 ha bloemenweides/-stroken en een kleine 15.000 bloemrijke hagen, heggen en bomen aangelegd worden.

Ook zal er aandacht gaan naar nuttige predatoren ter bestrijding van plagen. In dat kader zal er gewerkt worden rond natuurlijke vijanden van woelratten en woelmuizen. Nestvoorzieningen voor marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) zullen in dit project worden meegenomen en hun nut zal geëvalueerd worden.

 

Waar?

Het projectgebied bevat Haspengouw-Hageland in België en Zeeland-Nederlands Limburg in Nederland.

Wanneer?

Het project 'Meer natuur voor pittig fruit' loopt van 1 januari 2016 tot 30 juni 2019.

Partners

  • Regionaal Landschap Zuid-Hageland (projectverantwoordelijke / coördinator)
  • Regionaal Landschap Noord-Hageland
  • Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren
  • Provincie Vlaams-Brabant
  • pcfruit (Voor Vlaanderen)
  • Stichting Landschapsbeheer Zeeland
  • Natuurrijk Limburg (voor Nederland)

Financierders

Het project 'Meer natuur voor pittig fruit' is gefinancierd binnen het Interreg V programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Meer info: www.grensregio.eu.
Er wordt tevens een deel cofinanciering voorzien door provincie Limburg en provincie Vlaams-Brabant.

Interesse om mee te werken?

Ben je geïnteresseerd om in je fruitbedrijf één of meerdere maatregelen in samenwerking en in overleg met de projectuitvoerders aan te brengen (en eventueel te laten opvolgen). Neem dan contact met Tim Belien (tim.belien@pcfruit.be) van de afdeling Zoölogie van pcfruit.

Meer weten over wilde bijen en hommels

Meer weten over wezels en hermelijnen

Waarschuwingsbericht 30 januari 2018

Onderhoud bijennestkasten

De winterperiode is een ideaal moment om het nazicht te doen van de nestkasten die zijn uitgehangen voor Metselbijen (Osmia sp.). Na enkele jaren laat de tand des tijds zich voelen en zullen sommige bamboestengels best vervangen worden door nieuwe. Gebarsten stengels zijn immers een open uitnodiging voor parasieten. Ook zullen sommige stengels te lijden hebben gehad van vocht waardoor ze gevoeliger voor schimmels zullen zijn. Stengels die je wil vervangen, maar die nog dichtgemetseld zijn, kan je misschien best ergens voorzichtig in een (plastieken) doos of bak leggen op de grond in de schaduw en bedekt tegen regen en vocht (Opgelet! Sommige stengels zijn in bundels vastgeplakt in de nestblokken en vereisen enige omzichtigheid bij het verwijderen ervan).  Voorzie een opening aan de zijkant van de doos of bak zodat de bijen er in het voorjaar nog uit kunnen. Dit zal ook voorkomen dat de bijen die versleten stengels nog opnieuw gaan gebruiken.  Als de bijen gedaan hebben met vliegen, kan je de bewuste stengels dan vernietigen. Let er op dat de nieuwe stengels vrij zijn van merg of andere hindernissen die de bewoning door bijen zouden kunnen bemoeilijken.  Mogelijk moet je dan eerst nog eens even met een boor de nestgangen vrijmaken.  Let dan wel goed op voor scherpe randen waar de bijen zich aan zouden kunnen kwetsen. Ook eventuele knopen moeten zich achteraan in de stengel bevinden. Kijk verder ook na of de bamboestengels nog goed spannen in de nestkast, of het gaas nog goed bevestigd is en of er niet te veel begroeiing is voor de invliegopeningen. Controleer ook dat er geen kasten ‘schuin’ of ‘achterover’ hangen, zodat er bij hevige buien geen regenwater in de buisjes overblijft wat voor verrotting gaat zorgen. Ofwel verticaal, ofwel licht naar voren gebogen (her)ophangen. Check of aan het begin en einde van de rijen nog duidelijk genoeg is aangegeven dat de blokken er hangen – zodat de nestkasten elk jaar vlot kunnen terug gevonden worden.

 

Plaatsen/nakijken schuilplaatsen voor Wezel en/of Hermelijn

Hermelijn in wintervacht (foto : Chris Richerzhagen)Het hoofdseizoen voor de voortplanting van Wezels en Hermelijnen – predatoren bij uitstek van woelratten en –muizen – valt in het voorjaar.  Deze kleine jagers maken gebruik van verschillende nest- en schuilplaatsen in hun jachtgebied. Om ze te laten gewennen aan deze nieuwe onderkomens, is het nu de moment om daarin te voorzien. Zowel natuurlijke als kunstmatige nestgelegenheden worden in gebruik genomen.  Recent onderzoek in Nederland (Smaal & van Manen 2017) bracht nog aan het licht dat op twee jaar tijd 20 van de 32 nestkasten in gebruik werden genomen.  In één van die nestkasten werden zelfs de overblijfselen van 53 verschillende woelmuizen gevonden!  Praktische tips over het aanleggen van zulke nestgelegenheden zijn te vinden in recente uitgaven in het magazine Fruit, je kan de artikels hier raadplegen: 

Wezels

Hermelijnen

Foto: Hermelijn in wintervacht (foto : Chris Richerzhagen)

Referentie

Smaal, M., & van Manen, W. (2017). Monitoring weasels (Mustela nivalis) with nest boxes. Lutra, 60(1), 19-26.

 

Bloeiboog

Om metselbijen die vroeger dan de bloei van je hoofdteelt uitkomen, in de buurt van je nestkasten te houden, wordt er aangeraden om bloeiende planten te voorzien die in bloei staan vóór de eigenlijke bloei van de teelt. Het eerste wat uitkomende vrouwtjes doen is op zoek gaan naar nectar- en stuifmeelbronnen. De Gehoornde metselbij (Osmia cornuta) die gelijktijdig met de bloei van Peer vliegt, bezoekt tientallen planten, zoals boswilg, primula, blauwe druifjes, gewone paardenbloem, koolzaad, vingerhelmbloem, scherpe boterbloem, kruipende boterbloem, rode klaver, veldesdoorn en sleedoorn. En dat geldt ook voor de Rosse metselbij (Osmia rufa/bicornis), die onder meer vliegt op primula, rode bes, blauwe bosbes, slangenkruid, koolzaad, hondsroos, gewone esdoorn, gewone smeerwortel, hondsdraf, speenkruid, sleedoorn en framboos. De winter is een uitstekend moment om sommige van deze planten in de buurt van de boomgaard aan te planten, bijvoorbeeld in een gemengde haag.

Waarschuwingsbericht 30 mei 2017

Einde vliegperiode metselbijen

De metselbijen hebben zo goed als gedaan met vliegen en Monodontomerus obscurus – een sluipwesp die het gemunt heeft op de metselbijen begint nu aan haar activiteit. Bovendien gaat juni dikwijls gepaard met regen en dat schept een ideaal klimaat voor mijten. Het is tijd om maatregelen te treffen. 

Dat kan door de nestgelegenheden binnen te halen en te bewaren op een droge, donkere, afgesloten plek met buitentemperatuur. Een droge plek is belangrijk om de vermeerdering van de mijtenpopulatie tegen te gaan, want die houden van vochtige omstandigheden. Ook het materiaal zelf zal minder snel gaan rotten of schimmelen door ophopend vocht. Een donkere plek zal parasieten ontmoedigen om de nesten op te zoeken. Het afsluiten – dat kan door een fijn insectenwerend gaas, zoals gordijnstof – zal parasieten verhinderen om binnen te dringen en zal ontluikende parasieten uit het binnengehaalde materiaal doen afsterven.

De nestgelegenheden bewaren in een afgesloten, maar luchtdoorlatende palox bijvoorbeeld, is een ideale manier om ze veilig tot het volgende voorjaar te krijgen. Die buitentemperatuur is wel belangrijk omdat ze die temperaturen nodig hebben om al hun ontwikkelingsstadia correct te doorlopen.

Voor de nestgelegenheden die buiten blijven hangen, wordt het vogelwerend gaas best weer voor de nestgelegenheden aangebracht, indien dat was verwijderd voor het gemak van de bijen, want de meeste vogels zitten met jongen nu en die lusten wel eiwitrijke metselbijlarven. Controleer ook dat er geen kasten ‘schuin’ of ‘achterover’ hangen, zodat er bij hevige buien geen regenwater in de buisjes overblijft wat voor verrotting gaat zorgen. Ofwel verticaal, ofwel licht naar voren gebogen (her)ophangen. Check ook of aan het begin en einde van de rijen nog duidelijk genoeg is aangegeven dat de blokken er hangen – voor eventueel nazicht in de zomer / het najaar.

Bovengrondse migratie woelratten

Er is vorige week bovengrondse migratie vastgesteld van woelratten. Dit is goed nieuws voor predatoren die op knaagdieren belust zijn, zoals de torenvalk, de kerkuil, de ransuil, de steenuil, de wezel en de hermelijn. Zitstangen voor roofvogels vormen uitstekende uitkijkposten voor roofvogels en dichte struwelen of takkenhopen zijn voor de wezel en hermelijn een ideale uitvalsbasis. Ook ingegraven emmers aan de rand van het perceel, kunnen deze woelratten vangen en overlaten aan de predatoren waaronder zich ook katten en vossen kunnen bevinden.

Waarschuwingsbericht 30 maart 2017

Uithangen/vervangen nestgelegenheid

De gehoornde metselbij (Osmia cornuta) vliegt al volop! Nestgelegenheid voor metselbijen moet ten laatste deze week uitgehangen worden. Best uithangen op het zuidoosten en niet dwars op de spuitinrichting. Beschut tegen wind en regen. Materialen als bamboe, uitgeboorde gaten in hardhout, uitgefreesde hardhouten of keramische modules werken het best. Beginnende telers kunnen best starten aan de rand van het perceel, waar de kans op natuurlijke kolonisatie het grootst is. Vanaf drie jaar mag bamboe vervangen worden; leg het oud materiaal onder een struik of zo in de buurt van de oorspronkelijke plek om de laatste generatie nog te laten uitkomen en voorzie nieuwe bamboe op de oorspronkelijke plek om de nieuwe generatie nieuwe huisvesting te geven.

Uitleggen cocons metselbijen

Cocons van de gehoornde metselbij (Osmia cornuta) moeten deze week uitgelegd worden. Cocons van de rosse metselbij (Osmia rufa/bicornis) worden best volgende week uitgelegd. Uitleggen vlakbij de nestgelegenheid in een tegen de regen en zonlicht beschutte kartonnen doos voorzien van een gat waaruit de uitgekomen bijen kunnen ontsnappen.

Alternatieve voedselbronnen

Gezien de peren nog niet in bloei staan, is het belangrijk om in de onmiddellijke omgeving genoeg bloemenaanbod te hebben. Gefaseerd maaien, gemengde hagen of bloemenstroken kunnen daarbij helpen. De gehoornde metselbij vliegt op tientallen planten, houdt onder meer van boswilg, primula, blauwe druifjes, gewone paardenbloem, koolzaad, vingerhelmbloem, scherpe boterbloem, kruipende boterbloem, veldesdoorn en sleedoorn.

Welke bijen zijn actief?

De gehoornde metselbij en enkele nuttige zandbijen zoals het roodgatje zijn nu al actief : voorzichtigheid geboden met middelen met negatieve impact .