Naar de hoofdinhoud

In de Ecotron van de Universiteit Hasselt in Maasmechelen werd, samen met pcfruit en het VCBT, drie jaar lang onderzocht hoe perenbomen reageren op het klimaat van 2040–2050. Op basis van klimaatmodellen van de Vrije Universiteit Brussel blijkt dat in 2040 het gemiddeld 0,7 graden warmer is, met meer extreme weersomstandigheden zoals hittegolven en late vorst. In de Ecotron wordt de neerslag, temperatuur, windsnelheid en het CO₂-gehalte in de lucht aangestuurd. In de bodem worden metingen uitgevoerd om de groei, kwaliteit en opbrengst van de peren te analyseren. Ook schimmels, ziekten en veranderingen in de bodem worden onderzocht.

De bloeitijd schuift steeds meer naar voren. In de toekomst spreken we over gemiddeld zeven tot tien dagen eerder, wat het risico op schade door late vorst vergroot. Daardoor verschuift ook de oogst, waardoor plukken vaker in zomerse hitte gebeurt en de peren niet lang in paloxen kunnen blijven staan. Wel zullen ze eerder naar de koeling moeten, waardoor extra inkoelcapaciteit nodig is en er meer energie verbruikt wordt.

Er was geen verschil in dikte van de peren, al worden ze minder hard, geler en zoeter. In warme, zonnige omstandigheden komt inwendig bruin minder snel voor. De kwaliteit van de peren blijft behouden als er op het juiste moment geplukt wordt. Daarvoor kunnen telers vandaag al de plukmodellen van het VCBT raadplegen. 

Op pcfruit liep er gelijktijdig veldonderzoek naar o.a. zonnebrand. Minder zonlicht zorgde voor kleinere peren, die minder geld opleveren voor de fruittelers. Een oplossing is een oprolbaar hagelnet. Dat beschermt tegen de zon zonder het zonlicht en de verkoelende wind weg te nemen, in tegenstelling tot een klassiek hagelnet dat boven de plantage hangt. 

Wie in 2040 nog peren wil telen, zal extra aandacht voor bewatering moeten hebben. Het is belangrijk dat bomen water blijven verdampen om voldoende verkoeling te hebben in de hetere en droge jaren. Er loopt momenteel al veel onderzoek naar sponslandschappen, die water beter vasthouden en minder laten afstromen. Door het verlengde seizoen zullen telers ook langer alert moeten blijven voor plagen zoals perenbladvlo. Natuurlijke bestrijding blijft mogelijk, maar vraagt verdere studie. Bestrijding met klei zal zowel in het voor- als najaar nodig zijn. In de praktijk betekent dat een langer seizoen en een kortere snoeiperiode.

De conclusie is positief. De Conferencepeer heeft nog toekomst in Limburg. Telers moeten wel rekening houden met een langer seizoen en maatregelen nemen tegen droogte en zon. Onderzoek naar nog extremere klimaatscenario’s richting 2100 loopt intussen verder.


Bron: HBVL