Naar de hoofdinhoud

Waterinfiltratie op hellende percelen

Aanleg van greppeltjes in de zwartstrook

Inleiding

Bij hellende fruitpercelen zou er, zelfs bij een lichte terreinhelling, heel wat regenwater kunnen afstromen bij hevige neerslag. Dit water beter laten infiltreren zorgt niet alleen voor een minder droge bodem, maar ook voor minder wateroverlast stroomafwaarts.

Aanpak

Volgende acties zijn mogelijk om meer regenwater te laten infiltreren bij hellende percelen met meerjarig fruit:

  • Meer infiltratie door greppeltjes in de zwartstrook

    Greppeltjes kunnen machinaal in de zwartstrook aangelegd worden (Foto's 1 en 2). Dat heeft een duidelijk positief effect op runoff (= neerslag die afstroomt): deze kan met zo’n  60% gereduceerd worden. Dit betekent dat er meer neerslag in de zwartstrook infiltreert en er meer vocht beschikbaar is voor de boom. Voor een optimaal effect gebeurt de aanleg van de greppels best één- of tweemaal per jaar, omdat deze na enkele maanden terug dichtslibben.
     

  • Minder runoff door aanpak van gecompacteerde rijsporen in de grasstrook

    Rijsporen in de grasbaan kunnen sterk gecompacteerd zijn. De grasstrook kan hier heringezaaid worden met een rotoreg, waarbij schelpen aan de zijkant/in het midden de rijsporen terug kunnen vullen met grond van de zwartstrook/het midden van de grasstrook (Foto 3).

    Op vlakke percelen is een combinatie met woeltanden aan te raden om de compactie te doorbreken, zodat het water kan infiltreren. Op hellende percelen is dit af te raden, omdat de draagkracht van de bodem zal dalen, en hierdoor de trekkracht vermindert en insporing groter kan worden. Een toestel zoals de fruitaerator, dat de sporen optrekt door middel van twee trillende woeltanden (trilfunctie om ook in moeilijke omstandigheden de compactie in de bovenste 20 cm te doorbreken), is dan ook niet aan te raden voor een hellend perceel. De fruitaerator is verder ook enkel geschikt indien de rijsporen niet te diep zijn (Foto 4).

    In elk geval  zijn belangrijke aandachtspunten dat de bewerking gebeurt op een moment dat er niet wekelijks door de boomgaard gereden wordt, bv. na de pluk, en op voorwaarde dat er geen natte periode voorspeld wordt. De effectiviteit van het aanpakken van compactie in de rijsporen zal dan ook afhankelijk zijn van verschillende factoren zoals het moment van de bewerking van de rijsporen, de weersomstandigheden, hellingsgraad van het perceel,…
     

  • Aandacht voor infiltratie bij aanleg en beheer van de grasstrook

    In het algemeen is het bij een nieuwe aanplant belangrijk om voldoende aandacht te besteden aan de aanleg en het beheer van de grasstrook om compactie in de rijsporen te vermijden. Denk daarbij aan:

    • Diepwoelen voor je het zaaibed aanlegt tegen bodemcompactie (diepte meestal 70-100 cm)
    • Inzaaien onder goede omstandigheden: bij droog weer als er kort erna regen voorspeld wordt om de kieming te bevorderen.
    • Aangepaste grasmengsels (plantagemixen met combinatie van soorten met snelle uitstoeling en diepere beworteling).
    • Om de andere rij gras inzaaien om bij gewasbeschermingsbehandelingen niet op de pas ingezaaide strook te moeten rijden. Zaai bijvoorbeeld een deel in mei in en het andere gedeelte in september.
    • Rijpaden hoger aanleggen (bv. geprofileerde rijpaden zoals op Foto 5).
    • De grasbaan bol aanleggen (gecombineerd met kleine drempels op de rand van de zwart/grasstrook bij hellende percelen om runoff te vermijden).
    • Regelmatig maaien (maai-spuitcombinatie) voor een stevige grasstrook.
    • Bandenkeuze en -druk, denk hierbij aan geblokte banden of lage druk-banden.
    • Machinekeuze (machine met (verstelbare) dubbele as, bredere banden) om de druk optimaal te verdelen
    • Bij de oogst: gebruik van pluktrein/plukwagen/pluk-o-trak/…