Vorstbestendig perceel
Invloed geografie
De geografische kenmerken van een boom- of wijngaard hebben een grote invloed op de vorstgevoeligheid van het perceel. Die kenmerken zijn heel plaatsgebonden en afhankelijk van veel factoren. Daarom is vorstgevoeligheid moeilijk te voorspellen, tenzij je al een aantal jaren ervaring hebt met vorstnachten op het betrokken perceel. Hieronder bespreken we factoren die de vorstgevoeligheid van een perceel beïnvloeden, zonder daarin volledig te zijn.
Hoogte perceel
Warme lucht heeft een lagere dichtheid dan koude lucht. Dat betekent dat warme lucht stijgt en koude daalt (inversie) en verklaart waarom de temperatuur aan de bodem ‘s nachts enkele graden lager ligt dan de temperatuur op enkele meters hoogte. Je ziet dat terug in een glooiend landschap (Figuur 1). Op een windstille nacht vloeit koude lucht naar het laagste punt, net zoals water (valleien). De gemeten temperatuur is op die plaatsen ‘s nachts steeds het laagst.
Fruitpercelen in een dal zijn over het algemeen dus meer vorstgevoelig dan percelen gelegen op een heuvel of op hoger gelegen terrein. Ook plaatsen waar de stroom van koude lucht vastzit, bijvoorbeeld door een loods naast het perceel, zijn gevoeliger aan vorstschade.
Helling perceel
Ook de aanwezigheid van een hellingsgraad in een perceel en de oriëntatie van die helling hebben een invloed op de eventuele graad van vorstschade.
Er spelen enkele tegenstrijdige effecten. Een perceel op een zuidelijk georiënteerde helling krijgt in het voorjaar enerzijds meer zonlicht dan een perceel op een noordelijk georiënteerde helling. De bomen uit het zuidelijk gericht perceel bloemen sneller, waardoor de kans op vorstschade toeneemt, aangezien er vroeger in de lente meer kans is op diepe vorstnachten dan later in de lente. Daarnaast zal de bodem op een zuidelijk gerichte helling overdag meer warmte opnemen die ‘s nachts weer afgegeven wordt, waardoor de bloemen/vruchten beter beschermd zijn (zie 'Bodem').
Bodem
Een bodem die overdag vlot warmte opneemt en die tijdens de vorstnacht vlot afgeeft (uitstraling naar de bloemen), verlaagt de kans op vorstschade aanzienlijk. Een bodem met een hoge warmteconductie en warmtecapaciteit is daarom het beste. Denk daarom aan een bodem met een dichte structuur (klei>leem>zand). Naarmate de vochtigheid van de bodem toeneemt, nemen warmteconductie en -capaciteit toe. Tijdens de vorstnacht geeft een natte kleibodem het meeste warmte af, een droge zandbodem het minste. Welk(e) bodemtype(s) op een perceel voorkom(t)(en), vind je op de bodemkaart (Geopunt Vlaanderen).
Een sterke bedekking van de bodem vormt een isolerende laag op de bodem die warmteopname overdag en uitstraling 's nachts beperkt (lang gras ↔ kort gras; onkruid onder de bomen ↔ kale zwarte strook). Ook kruidbestrijding via schoffelen in het voorjaar, creëert een nadelige isolerende laag bovenin de bodem. Een zo bloot mogelijke, niet verstoorde bodem biedt de meeste bescherming tegen nachtvorst.
Landschapselementen
De aanwezigheid van landschapselementen heeft invloed op de temperatuur op het fruitperceel en op eventuele vorstschade. De aanwezigheid van obstakels (gebouwen ,bossen, hagen, dorp) belet dat koude wind doordringt in het perceel als die obstakels zich boven een hooggelegen fruitperceel op een helling bevinden. Daarentegen kunnen die obstakels ervoor zorgen dat koude lucht gevangen geraakt in het fruitperceel bij een wisselende windrichting. Dat zorgt voor een negatieve invloed op de vorstgevoeligheid.
Wat kan je zelf doen?
Door aangepast bodembeheer maak je je perceel minder gevoelig voor vorstschade. Dat wordt passieve vorstbescherming genoemd.
Bodem: warmteopname en afgifte
Common practice voor goed bodemonderhoud tegen vorstschade:
- Houd het gras kort
- Een uitzondering is wanneer er via (onderkroon-) beregening aan vorstbescherming gedaan wordt.
- Zorg voor een onkruidvrije zwartstrook, maar vermijd schoffelen in de nachtvorstperiode.
- Vermijd het aanbrengen van dikke lagen organische bemesting (compost, stalmest…) in de nachtvorstperiode.
- Als de bodem droog is, bevochtig je de zwartstrook op voorhand (ten laatste ’s morgens wanneer er ‘s avonds vorstnacht verwacht wordt).
Gewaskeuze
Conference kan door de sterke parthenocarpische eigenschappen op relatief sterk vorstgevoelige percelen geteeld worden, maar voor andere peren, kersen, overig steenfruit, appelen en druiven is vorstschade vaak een groter probleem. Die worden best op een zwak vorstgevoelig perceel geteeld, tenzij er aan actieve vorstbescherming gedaan wordt. Dat geldt nog het meeste voor kersen en ander steenfruit. Van alle fruitgewassen lopen zij door hun zeer vroege bloei het meest risico op vorstschade.
Boomhoogte
Omwille van het inversieverschijnsel is nachtvorst het strengst dichtbij de grond. Bloemen of vruchten hoger in de boom hebben over algemeen minder last van nachtvorst dan laaghangende bloemen of vruchten. Een grotere boomhoogte kan bijdragen tot minder vorstschade t.o.v. lagere teeltsystemen (o.a. V-haag). Wees je ervan bewust dat de efficiëntie van bespuitingen en de pluk bemoeilijkt worden door hogere bomen. Kleinere bomen en een effectieve vorstbestrijding zijn daardoor op termijn toch voordeliger.
Snoei
Bij de appelteelt is er een aanzienlijk verschil (≥1 week) in het tijdstip waarop de bloembotten op meerjarig hout uitlopen (eerste) en de bloembotten op 1-jarig hout (laatste). Zo ontsnappen bloemen op 1-jarig hout aan een (vroege) vorstperiode. Hoewel bloembot op 1-jarig hout algemeen kleinere vruchten geeft dan op meerjarig hout, is ook bij de kleinvruchtige rassen als Gala, Kanzi, … het deels behouden van 1-jarig hout met bloembot een verzekering tegen vorst. Als vorst uitblijft, kan dunning noodzakelijk zijn.
Haag
Een haag aan de rand van het perceel aanplanten of verwijderen, kan de vorstgevoeligheid aanzienlijk verminderen. Plaats je een haag aan de noord/noordoost zijde van een boomgaard, dan neemt de instroom van koude lucht af. Je verwijdert daarentegen best een haag die koude lucht aan één zijde of in een hoek van het perceel samenhoudt.
Bodembewerking
In de weken voordat er nachtvorst wordt verwacht, moet je mechanische kruidbestrijding door schoffelen vermijden.
Door de bodem te bewerken, ontstaat er namelijk opslag van lucht in de bodem in pockets. Lucht is een slechte warmtegeleider en heeft in vergelijking met de (vochtige) bodem een lage specifieke warmtecapaciteit. Daardoor slaat die bodem overdag minder warmte op dan een niet-bewerkte bodem en geeft ‘s nachts minder warmte af aan de boom.
Overkapping of hagelnet
Sluiten van een kersenkap kan een aanzienlijke temperatuurwinst opleveren. Het dichttrekken van een hagelnet levert een veel kleinere temperatuurwinst op.