Skip to main content

Slim irrigeren bij zoete kers

Irrigatie-drempelwaarden bij zoete kers

Veel irrigeren is niet altijd beter

Kersen houden van natura niet van heel natte omstandigheden en worden daarom best niet op natte percelen gezet. Maar bij aanhoudende droogte of onder regenkap kan het toch nodig zijn om druppelirrigatie te voorzien. Te veel irrigeren kan echter nadelig zijn:

  • Gebarsten kersen.
  • Kortere houdbaarheid van kersen en lager suikergehalte.
  • Door vooral oppervlakkige wortelontwikkeling te stimuleren, worden de bomen zeer afhankelijk van irrigatie (luie wortels creëren).

Bovendien zien we vandaag al restricties in de hoeveelheid water die mag opgepompt worden voor irrigatie en dit zal in de toekomst enkel toenemen. Reden te meer dat we de aanplanten van vandaag niet te afhankelijk mogen maken van irrigatie.

Meten is weten: bodemvochtspanning

Om goed te kunnen inschatten of er geïrrigeerd moet worden is het belangrijk om het vochtgehalte van de grond goed te kunnen inschatten. Hierbij kunnen vochtsensoren helpen. De meest praktische sensor vandaag is de Watermark.

Watermarks geven de zuigspanning weer, wat neerkomt op de kracht die de wortels nodig hebben om vocht op te nemen. Bij een lage waarde rond -10 kPa is de bodem verzadigd, wanneer de waarde daalt  naar -60 kPa of lager, is de bodem stilaan aan het opdrogen. Waarden >-100 kPa geven een zeer droge grond aan.

Praktisch kan je kiezen tussen sensoren die je handmatig uitleest of sensoren die je real-time kan uitlezen via een app, waardoor je een betere en makkelijke opvolging hebt van de situatie. Plaats deze sensoren alvast in een droger gedeelte van het perceel om de irrigatiebehoefte zo goed mogelijk te kunnen inschatten. Een bodemscan kan, zeker voor een nieuw perceel, helpen om de drogere zones in kaart te brengen.

Kersen wortelen dieper dan peren, toch gaan we de sensoren vooral op 30 cm diepte plaatsen. Er kan ook een sensor op 60 cm diepte geplaatst worden, maar in deze zone gaat de droogte minder snel optreden. Voor de aansturing van de irrigatie kijken we daarom vooral naar de waarden op 30 cm diepte.

Voor de correcte plaatsing van de sensoren verwijzen we naar onderstaande fiche:

Irrigatie drempelwaarden

Het is belangrijk om te weten in welke perioden kersen wat droger of net wat natter mogen staan, zonder risico op barsten. In het kader van het Blue Deal-project ‘Vlaanderen Waterproof’ werden verschillende irrigatieschema’s met elkaar vergeleken. Hieruit blijkt dat kersen zowel rond de bloei als in de weken na de bloei wel een iets droger regime kunnen verdragen. Voor het bepalen van de vruchtmaat is vooral de laatste maand voor de pluk cruciaal, waardoor we dan naar een natter regime kunnen gaan. Dat leidt dan tot volgend irrigatieadvies:

 

Vanaf bloei tot ± 1 maand voor plukVanaf ± 1 maand voor pluk
-60 kPa-35 kPa

 

 

Stamdendrometers

Een ander hulpmiddel voor het inschatten van droogtestress is het gebruik van een stamdendrometer. Dit toestel volgt de toename van de stamomtrek. Overdag is er telkens een krimpfase (= verdamping). ’s Nachts wordt er vocht opgenomen en zet de stam uit.  Wanneer er een stijgende lijn zichtbaar is in de toename van de stamomtrek (Figuur 1), nemen de bomen voldoende vocht op. Wordt er een paar dagen op rij een blijvende krimp genoteerd (daling), ervaart de boom droogte. Zeker op bomen die gewortelsnoeid zijn, kan dit een bijkomend hulpmiddel zijn.