De interesse in de kersenteelt is de laatste jaren sterk toegenomen. Een succesvolle kersenteelt begint bij een goede rassenkeuze. Daarnaast moet men er zich ook van bewust zijn dat een rendabele kersenteelt in België enkel kan wanneer men een gedeelte van zijn productie overkapt. Ook in jaren met minder neerslag kunnen kwalitatieve, maar barstgevoelige rassen dan onder een overkapping geteeld worden.

Rassenvernieuwing

Nieuwe rassen worden beoordeeld op productie, vruchtmaat, smaak en barstgevoeligheid. De toekomst is weggelegd voor harde kersen met een goed uitstalleven. In 2018 stonden er 72 nieuwe rassen op de Proeftuin. Binnen het luik van de vroege rassen is enkel Poisdel een aanvulling, al was de kwaliteit de voorbije twee jaar minder en blijft de productie eerder beperkt. Net voor de middentijdse rassen zoals Kordia komen Hertford en Grace Star. Beide zijn productieve rassen, maar barstgevoelig. Er werd ook heel wat verwacht van Areko, maar de kwaliteit is onvoldoende. Het is een lekkere kers, maar niet hard en de bewaarbaarheid is beperkt. Rubin komt net voor Regina en kan als bestuiver voor Regina gebruikt worden. In 2018 was de kwaliteit van Rubin minder goed i.v.m. 2017. Penny is een laat ras. Ook dit jaar was er een heterogene rijping. Ook Tamara werd in 2018 gekenmerkt door een heterogene rijping en 50 % van de kersen was gebarsten. Er is opnieuw vraag naar bleke kersen. De rassen die momenteel in test zijn scoren echter onvoldoende.

Onderstammen

Gisela 5 is een vaste waarde. Om te overkappen kan een kleinere boomvorm aangewezen zijn. De groeikracht van Gisela 3 ligt 20 tot 30 % lager dan bij Gisela 5. Een kortere plantafstand kan de productie per ha echter niet op niveau brengen. Ook de vruchtmaat en vruchtkwaliteit zijn vaak onvoldoende. Voor zelfbestuivers is een iets sterkere onderstam mogelijks zinvol. Gisela 6 heeft een duidelijk sterkere groei en een groter boomvolume en moet dus ruimer geplant worden. De productiviteit en de vruchtmaat zijn zeker niet beter. Bij Kordia (plantjaar 2013) groeien Gisela 12 en Gisela 13 te sterk. Gisela 13 is wel productief en haalt een goede maat. Weiroot 720 blijft wat betreft groei, productiviteit en vruchtmaat achter t.o.v. van Gisela 3. Bij Regina (plantjaar 2014) groeien de bomen op WeiGi 2 sterker dan de bomen op Gisela 5. Deze bomen hadden in 2017 ook een hogere opbrengst en een goede vruchtmaat. WeiGi 1 groeit sterk, maar blijft achter in productie.

Overkappingen

In seizoenen met veel neerslag is het telen zonder overkappingen in België haast onmogelijk. Bovendien kan de druk naar Drosophila suzukii verminderd worden door een insecten net aan te brengen. Zes verschillende systemen worden geëvalueerd. Bij het systeem Fruit Security nam het lichtverlies na één jaar met 7 % toe, maar deze waarde lijkt te stagneren. Bij dit systeem blijft de temperatuur in de broek van de boom lager en ligt de relatieve luchtvochtigheid hoger, mogelijk door de dichte beplanting. Bij BayWa staan enkel jonge bomen. Dit geeft enorme pieken in temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid daalt hier overdag sterk. Het lichtverlies bedraagt 34 %. Het lichtverlies bij Voën nam sterk toe en bedroeg 38 %. Er werden gemiddeld geen temperatuurverschillen waargenomen t.o.v. de controle. De relatieve luchtvochtigheid kent hier grote schommelingen. Roldek is een zeer dicht systeem, wat leidde tot grote stijgingen in temperatuur. Nicolaï Protect Systems staat boven de grasbaan ver open. Hierdoor kan de warmte goed weg.

Bemesting

Verschillende bemestingsschema’s werden uitgevoerd bij Lapins op Gisela 5 en 6. Een N-bemesting na de pluk heeft bij Gisela 5 niet geleid tot verschillen. Een gift van champignonmest bovenop de standaard N-bemesting leidde wel tot een hogere productie en vruchtgewicht. In 2016 en 2018 leidde een N-bemesting in het najaar bij Gisela 6 tot een licht verhoogde productie. In 2016 werden proeven opgestart op lichte grond. Tot hiertoe zijn er weinig verschillen.

Optimaliseren van de zoete kersenteelt