2.1 Volle-veldberegening

2.1.1 Omschrijving Door de bomen te beregenen bij vriestemperaturen, zal er zich een ijslaag vormen op de bomen. Bij het vormen van ijs komt warmte vrij, dat deels wordt afgegeven aan de boom. Latente warmte wordt zo dus omgezet in voelbare warmte. Door continu te beregenen zal dus constant warmte toegevoerd worden aan de boom. Door ervoor te zorgen dat zoveel beregend wordt, dat het ijs zich steeds in de faseovergang bevindt tussen water en ijs zal de temperatuur van de boom en de vruchten op het vriespunt blijven (0°C). Indien de beregening zou worden onderbroken zal de temperatuur van de bloesems echter snel onder 0 dalen, wat in combinatie met het aanwezige ijs grote schade kan aanrichten. Het gevormde ijs heeft namelijk geen isolerende werking. Een ononderbroken beregening gedurende de volledige vorstnacht is dus absoluut noodzakelijk.

2.1.2 Effectiviteit

Temperatuurwinst: 7°C

Indien gesproken wordt van stralingskoude zal een bescherming kunnen geboden worden tot +/- -7°C. Echter, bij sprake van transportkou zal beregening minder bescherming bieden, aangezien in die situatie een deel van de stollingswarmte door de wind wordt afgevoerd.

Verbruik: 30 - 50 m3/h.ha aan water.

In principe is een debiet van 30m3/h per hectare voldoende, bij goede spreiding van de sproeiers. Echter, door drukverliezen in de leidingen zullen de voorste sproeiers in het leidingnet bij een hogere druk werken dan de sproeiers achteraan. Daardoor zal een ongelijkmatige verdeling van de debieten ontstaan. Een iets hogere watergift zal dus nodig zijn (vuistregel 10 à 15% extra)

Bij klassieke beregening gaat een groot deel van het water verloren doordat het tussen de bomen valt en in de grond verdwijnt. Hierdoor ligt het nuttig effect slechts rond de 25%. Gerichte beregening kan ervoor zorgen dat minder water verloren gaat (zie gerichte bovenkroonberegening).

2.1.3 Toepasbaarheid

Beschikbaarheid van water onder de vorm van een grondwaterput (al dan niet in combinatie met bassin) of oppervlaktewater (beek) is noodzakelijk. Door het grote waterverbruik kan geen leidingwater gebruikt worden.

De eisen betreffende waterkwaliteit zijn minder hoog dan bij droogteberegening in de zomer. Water met een ijzergehalte tot max 3mg en een chloorgehalte tot max 500 mg vormen meestal geen probleem. In volle bloei kan een hoger ijzergehalte echter wel schade geven. Indien gestart en geëindigd wordt met ijzervrij water kunnen ook hogere ijzergehaltes toegelaten worden. Eventueel kan dus een bassin ijzervrij water worden aangelegd om in te zetten bij starten en stoppen van de beregeningscyclus (gebruik makend van een ontijzeringscapaciteit of eventueel leidingwater). Overschakelen van bron naar bassin en omgekeerd moet wel mogelijk zijn zonder de installatie te stoppen.

Verder kan een te lage pH-waarde van het water zorgen voor verruwing of groeiremming van de vrucht.

2.1.4 Werkwijze

Starten met beregenen

Start met beregenen aan een debiet van +- 25 m3/ha/u wanneer de luchttemperatuur ± -1°C is en het duidelijk is dat deze gaat blijven dalen. Initieel zal de luchttemperatuur sneller dalen (verdamping). Evalueer de effectiviteit door middel van de ‘natheid’ van het ijs: indien de gevormde ijsbol over de bloemen/vruchten niet constant nat aanvoelt, moet het debiet worden verhoogd tot maximum 35m3/ha/u.

Duur van het beregenen

Blijf doorgaan met beregenen tot temperaturen terug boven 0°C gaan en het ijs aan het smelten is. Het gewas blijft dan toch nat, verder beregenen is niet meer nodig dan. De inval van de dooi is merkbaar als het ijs los aan de takken zit en van de bomen begint te vallen. Bij heel diepe nachtvorst (-7 à -8°C) is het aangeraden iets langer te blijven doorberegenen. Ook al dooit het dan al, een meer geleidelijke overgang naar positieve temperaturen kan extra schade eventueel beperken.

Men moet er steeds alles aan doen om de beregening continu te laten werken. Als de beregening toch onderbroken wordt door bijvoorbeeld een uitbal van de installatie, is het nog steeds beter om de beregening zo snel mogelijk terug op te starten ipv er helemaal mee te stoppen.

2.1.4 Voor- en nadelen

Voordelen

· Grootste temperatuurwinst mogelijk van alle vorstbeschermingsmethoden

· Goedkoop in onderhoud en verbruik

· Betrouwbaar bij alle soorten vorst

· Beperkte arbeid tijdens vorstnacht: monitoring temperatuur, aan- en afzetten pomp, monitoring ijsvorming en bijstellen debiet

·

Nadelen

· De hoge watergift zorgt voor een sterk verhoogd doorspoelen van de in het voorjaar toegepaste stikstofbemesting. Naast milieu-impact kan dit ook een (gedeeltelijke) herbemesting noodzakelijk maken, en de bodemstructuur negatief beïnvloeden (verslemping). Via opvolgen van de temperatuur en de voorspelde temperatuur de uren dat beregend wordt zoveel mogelijk beperken is noodzakelijk.

· Investeringskost

· Het wijd verspreide leidingnetwerk vraagt regelmatige controle

· Continue beregening, met een toenemend debiet wanneer het ijs te droog wordt bij afnemende temperaturen en tot het einde van de vorstnacht (wanneer het ijs begint te smelten) is noodzakelijk. Een te vroeg gestopte beregening kan meer schade veroorzaken dan helemaal niet beregenen. 2.1.5 Kosten

· Installatiekost /ha : €15.000 - €20.000

o Pomp

o Put (niet nodig indien opperlaktewater (beek) kan worden gebruikt)

o Leidingen

o Sprinklers

o ZIE OPMERKINGEN → vraag deze zaken aan ALFONS Verberne

· Verbruikskost: < €3/uur per hectare (brandstofverbruik van de pomp bij veld van 2 hectare met oppompen van grondwater) hoeveel m3/min/ha is dit? 30?

· Onderhoudskost: €200 - €500 /jaar per hectare

2.1.6 Arbeid

(in woorden omschrijven)