Frigobewaring van bramen en frambozen is ontstaan met als doel 2 teelten per jaar te realiseren, zowel in het voor- als najaar. Verse planten worden in het voorjaar van het eerste jaar opgekweekt en eind december ingepakt. Dan gaan de planten de bewaring in om er half januari (voorjaarsteelt) of half juli (najaarsteelt) uit te komen. Het gekoeld bewaren van plantmateriaal is een dure (koelkosten, plantmateriaal, toekomstige productie) en risicovolle onderneming. Een goede strategie die grote verliezen door koeling beperkt, is daarom belangrijk.

Bewaarproces ontrafelen: criteria uitgangsmateriaal en koelproces

Telers krijgen elk jaar na bewaring nog te maken met planten die meerdere gezondheidsproblemen vertonen. Barsten in de schors, gebrek aan witte wortels, slechte uitloop van knoppen, een slechte bloembot-, bloemtros- en vruchtkwaliteit met een lagere productie of volledige uitval als gevolg. Deze problemen zijn niet te herleiden tot één of enkele controleerbare parameters. Dit heeft te maken met verschillende parameters die elkaar beïnvloeden verspreid over verschillende momenten in de teelt zoals: Opkweek (bemesting, plantversterkers, lichtinval, ontbladeren,…), inpakken voor de koeling (folie, gebruik van filters,…), koeling (gassamenstelling, relatieve vochtigheid, temperatuur, CO2, …) en de koel- en ontdooistrategie. De combinatie van de inzet van een gezonde plant, het toepassen van meerdere voorzorgsmaatregelen en het goed opvolgen van reservestoffen en klimaat, kunnen de risico’s van frigobewaring sterk terugdringen.

Doel: simpele richtlijnen voor teler en bewaarder

De algemene doelstelling van het project is om een optimale opkweek- en bewaarstrategie uit te werken. Deze strategie moet steunen op verschillende voor/door de teler controleerbare parameters zoals teelttechnische maatregelen, bemestingsregimes, bewaarmaatregelen en koelregime.

Coolplant